Rüstem Çetin, fractievoorzitter Gemeentebelangen Gouda, vergelijkt in zijn column voor ZoGouds de Goudse ontmoetingsplaatsen met een redactielokaal. Lees verder op ZoGouds.nl.
Als Gouda een roman was, zouden de hoofdstukken beginnen in de binnenstad: de kaasmarkt, de lichten, de historische zinnen waar bezoekers graag in verdwalen. Maar het verhaal zelf – de dialogen, de plottwists, de humor en de pijn – speelt zich meestal af buiten de bladspiegel, in de marges. In de wijk. De vergeten hoofdpersoon die iedereen kent, maar die zelden geciteerd wordt.
Misschien omdat de wijk niet één stem heeft, maar twaalf door elkaar. Niet één agenda, maar drie WhatsApp-groepen, een scheve stoeptegel en een vrijwilliger met een sleutelbos die altijd net te laat komt opdagen. Maar juist dát is zijn kracht. Het is geen personage dat je glad kunt redigeren. Het is een verhaal dat je moet beluisteren, niet samenvatten.
Deze week werd dat weer schrijnend voelbaar toen het voortbestaan van Café van Noord in het gelijknamige ontmoetingscentrum onderwerp werd van verhitte gesprekken, bezorgde blikken, en een stroom aan ‘heb je dit al gehoord?’
Alsof iemand een huiskamerstoel uit de kring trekt terwijl het gesprek nog gaande is. Café van Noord is geen bar, geen koffiemachine en ook geen regel in een begroting. Het is de plek waar Evert z’n accu weer oplaadt na een moeilijke dag, waar Fatima het al jaren heeft over dat ene gordijn dat nog opgehangen moet worden en waar Peter altijd dezelfde mop vertelt omdat daar iemand nog steeds om lacht. De opluchting was, voelbaar, groot toen bleek dat de gemeente een aanvullende subsidie verstrekt: in 2026 blijft het Café open.
En in Oud-Achterwillens, in de gangen van Buurthuis de Bühne, hoor je al langere tijd dezelfde soundtrack van zorgen. Vrijwilligers aldaar hebben een deadline gesteld en kenbaar gemaakt de sleutels in te leveren als er geen structurele oplossing komt vanuit de gemeente. Die deadline nadert.
De ‘woonkamers’ van diverse wijken verdwijnen of zijn al lang verleden tijd. Niet met een knal, maar met een sleutel die niet meer omdraait, een agenda zonder vergadering, een sociëteitsruimte die een beleidsruimte wordt en uiteindelijk een deur die dichtgaat terwijl wij juist probeerden hem open te houden. Toch? En wij hebben er echt niet zoveel meer. De Walvis in de Korte Akkeren, ontmoetingscentrum Van Noord en het Nelson Mandela Centrum komen nu snel in me op.
En om het verdwijnen concreet te maken: stel je de gemeente voor als een krant en de wijk als de journalist. Elke wijk maakt een editie van zijn eigen leven: met een rubriek voor landelijke zorgen, een column over lokale ergernissen, sportnieuws uit het park en een voorpagina die meestal niet saai is.
Maar als de redactie – in dit geval de ontmoetingsplek – sluit, dan gebeurt er iets geks: de journalist heeft ineens geen redactielokaal meer. Er ontstaan geen interviews meer, geen onverwachte ontmoetingen, geen gedeelde koppen, geen spontane primeurs. Het nieuws wordt nog steeds gemaakt, maar nooit meer gedeeld. De editie van de wijk gaat niet naar de drukker. Niet omdat er niets gebeurt, maar omdat er geen plek meer is om het hardop te vertellen.
En een verhaal dat niet wordt gedeeld, wordt uiteindelijk een dossier en een dossier wordt stil gelezen. Een verhaal wordt samen geleefd.
Het verdwijnen van ontmoetingsruimten, buurthuizen of, in de volksmond, de woonkamers doet daarom méér dan de sociale vierkante meters krimpen. Het knijpt ook het volume dicht waarop mensen elkaar kunnen vinden. Juist in deze tijd, waarin de stadsgenoten dat het hardst nodig hebben, is dat funest. Het vergroot de eenzaamheid, want eenzame mensen wonen niet alleen – ze wonen in wijken zonder kringgesprekken.
Maar laat ik eindigen door hoop te zaaien: wij zien deze trend, wij voelen deze trend, en belangrijker nog, wij willen hem keren. Want juist dit soort plekken – de buurtcentra, cafés, buurthuizen zonder pretentie – zijn de woonkamers waarin wijken hun verhaal leren vertellen. Waar de redactievergaderingen van het echte leven plaatsvinden, nog vóór de politiek er een alinea over schrijft.
Laten wij deze ruimtes daarom niet zien als sluitpost, maar als startpunt. Niet als stenen, maar als verhalenhuizen. Niet als kosten, maar als buurtcapital.
Want alleen dáár waar buurtbewoners elkaar ontmoeten, kan de vergeten hoofdpersoon eindelijk zeggen: ‘Dit is mijn wijk, en dit is mijn verhaal.’
Rüstem Çetin
Fractievoorzitter Gemeentebelangen Gouda