Na het avondeten neem ik altijd een klein bordje yoghurt. Mijn oog viel op alles wat op het pak geschreven stond. Eerlijk gezegd kijk ik daar nooit naar. Maar als je alle tekst tot je neemt is de afwas al bijna klaar.
Het ging over houdbaarheid, over alle dingen die in de yoghurt zitten, hoe gezond het was en vooral over waarom je de yoghurt van het merk vooral moest kopen. Ik kan het niet laten om dan weer aan vroeger te denken.
Aan de melkboer. Die kwam iedere doordeweekse dag langs de deur. De melk werd in je eigen kannetje geschonken en de yoghurt of vla zat in een doorzichtige fles. Geen lege pakken en de flessen werden schoongespoeld weer ingeleverd.
Aan de bakker. Ook die kwam dagelijks langs met vers wit en bruin brood. Meer smaken waren er niet. Ongesneden en geen verpakking om het brood.
Aan de groenteboer. Na school vroeg mijn moeder mij vaak of ik even bij de groenteboer een knolletje of een bloemkool wilde kopen. Die lagen in kisten achter de toonbank en ik kreeg ze zo mee. Zonder verpakking.
Aan de schillenboer. Als mijn moeder de groenten had schoongemaakt werden de schillen opgespaard voor de schillenboer die wekelijks langs kwam.
Wat was het leven toch simpel. En nauwelijks afval!
Als ik dit stukkie tik, vraagt mijn vrouw of ik even de vuilniszak in de bak beneden wil brengen. Natuurlijk wil ik dat...
Gert Visser