Burgerparticipatie. Het woord klinkt alsof de inwoners van Gouda volop meedoen aan het bestuur van onze gemeente. Alsof iedereen wordt gehoord. In de praktijk blijkt dat vaak anders. Meedoen mag maar liefst wel op uitnodiging. Zo stelt Jan de Koning van Leefbaar Gouda in zijn column voor ZoGouds.
Achterhaald
Jarenlang ging de gemeente Gouda ervan uit dat betrokkenheid van burgers vooral betekende dat zij mochten meepraten als het bestuur daarom vroeg. Een inspreekavond hier, een enquête daar. Uit het rapport Betrokken burgers* blijkt dat dit beeld inmiddels achterhaald is.
Steeds meer inwoners nemen zélf het initiatief om ideeën, zorgen en ervaringen in te brengen. En terecht. Onze Goudse inwoners weten als de beste waar de problemen zijn en kunnen vaak ook aangeven hoe die op te lossen. Daar heb je geen dure onderzoekbureaus van buiten de stad voor nodig. Ik verwijs alleen maar naar het rapport over ‘Parkeerbeleid in de wijk Korte Akkeren’.
Van zorg tot leefomgeving
Op papier lijkt dat besef ook te zijn doorgedrongen. Met de Wet versterking participatie op decentraal niveau** wordt het belang van eigen initiatief van inwoners erkend. Tegelijkertijd schuift de Rijksoverheid steeds meer verantwoordelijkheden door naar gemeenten en daarmee naar onze inwoners. Van zorg tot leefomgeving: inwoners moeten meer zelf doen, meer organiseren en meer oplossen.
Maar hoe zij invloed kunnen uitoefenen op die groeiende verantwoordelijkheden, blijft vaak onduidelijk. Dat wringt. Want wie wel verantwoordelijkheid krijgt, maar geen echte stem, voelt zich al snel machteloos. Die onmacht zien we terug in protesten. Soms vreedzaam, soms fel.
De reactie van bestuurders is vaak voorspelbaar: handhaven, ingrijpen en doorgaan. Zelden wordt de vraag gesteld of de manier van besturen zelf misschien moet veranderen.
Echte participatie vraagt namelijk meer dan een microfoon bij de raad of een formulier op de website. Het vraagt een andere houding. Een ander houding van bestuurders die niet met de rug maar met het gezicht naar de inwoners toe gaan staan om te luisteren. Maar ook van ambtenaren die naar mijn mening veel meer in de wijken in gesprek met de inwoners moeten gaan (hun klanten).
Kritiek
Openstaan voor kritiek, ook als die ongemakkelijk is, hoort daarbij. Democratie is geen nette vergadering waarin iedereen het eens is, maar een gesprek waarin verschillen zichtbaar mogen zijn. Dat vraagt iets van inwoners, maar zeker ook van bestuurders.
Als onze gemeente inwoners écht willen betrekken bij beleid, dan is een nieuwe bestuursstijl geen luxe maar een noodzaak. Anders blijft burgerparticipatie vooral een mooi woord en voelen inwoners zich nog steeds niet gehoord.
Als je echt wil weten hoe je een nieuwe bestuursstijl wilt invoeren lees dan (nog eens) het boekje ‘Geef de burger een stem’ *** van uw columnist.
Jan de Koning Raadslid Leefbaar Gouda
* Betrokken burgers; https://www.pbl.nl/publicaties/betrokken-burgers
** Wet versterking participatie op decentraal niveau: https://wetgevingskalender.overheid.nl/Regeling/WGK010370
*** ‘Geef de burger een stem’: https://leefbaargouda.nl/geef-de-burger-een-stem/