Gerrit Schinkel moest dit weekend, toen hij naar het NK schaatsen zat te kijken, denken aan de Zwitserse schaatser Franz Krienbühl. Waarom? Je leest het in zijn column voor ZoGouds.nl.
Aerodynamische schaatspak
Ik moest dit weekend, toen ik naar het NK schaatsen zat te kijken, denken aan de Zwitserse schaatser Franz Krienbühl. Deze architect maakte in 1968 op 38-jarige leeftijd zijn debuut tijdens de Olympische Winterspelen van Grenoble.
Lacherig
Jaren later werd ook lacherig gedaan over een uitvinding van de VU-wetenschapper Gerrit Jan van Ingen Schenau, die met zijn collega’s voor een revolutie in de schaatssport zorgde met de klapschaats. De scepsis was bij de topschaatsers groot en slechts een enkeling ging op deze schaats rijden.
Pas in 1996 werd de klapschaats in gebruik genomen door het Nederlandse vrouwenteam. Kinderziektes werden er nog uitgehaald en de resultaten waren verbluffend. Nu weet men niet beter en is de klapschaats helemaal ingeburgerd en niet alleen bij de topschaatsers.
Na het aerodynamische schaatspak en de klapschaats is nu de aerodynamische schaatshelm onderwerp van gesprek. Bij de shorttrackers en de marathonschaatsers wordt al jaren een schaatshelm gebruikt, maar zaterdag baarde onder andere Marcel Bosker opzien door met een schaatshelm aan de start te verschijnen. Ik ben benieuwd hoe lang het duurt alvorens ook de schaatshelm hier gemeengoed wordt.
Genoeg inspiratie
Ik moest glimlachen om de mooie namen bij het NK. Amber Duizendschoon, Wisse Slendebroek, Rem de Hair, Jenning de Boo, Merel Conijn en Leonie Bats. Schrijver Ferdinand Bordewijk had, als hij nog geleefd had, genoeg inspiratie gekregen voor een nieuwe editie van zijn klassieker Bint.
Veel jonge talenten waren te bewonderen op het NK, ook uit onze regio, zoals de 18-jarige Evi de Ruijter uit Polsbroek. Een voorbode wellicht voor nieuwe regiosuccessen? De tijden van de Haastrechtse toppers Hein Vergeer en Leo Visser liggen al een tijdje achter ons, evenals die van de Goudse kampioenen Andrea Nuyt, Ingrid Paul, Ted-Jan Bloemen en Paulien van Deutekom.
Gerrit Schinkel