Als voetballiefhebber struin ik graag langs de amateurvelden. Lekker voetballen kijken en praatjes maken. Over het spel of over hele andere dingen. Soms blijven gesprekjes in je hoofd zitten omdat ze zo leuk zijn.
Zo sprak ik een poosje geleden ik met een jochie die vertelde dat zijn ploeg altijd in de eerste helft slecht speelde. Hij stond pas in de rust met 5-0 achter. In de tweede helft werd het uiteindelijk nog 5-2. “We hebben wel de tweede helft gewonnen”, vertelde hij. Ik zei dat hij dan wel goed uit de kleedkamer gekomen was. “Nee hoor”, antwoordde hij, “wij verkleden altijd thuis”.
Afgelopen zomer in vakantietijd sprak ik een jongen die met zijn vriendje aan het voetballen was op een leeg voetbalveld. “Ben je al terug van vakantie”, vroeg ik hem. “Wij gaan niet op vakantie”, antwoordde hij. “Mijn moeder houdt niet van vliegen en mijn vader wil niet in de file staan. En ik hou niet van warmte”, voegde hij eraan toe. “Dan heb je wel de tijd om lekker te voetballen”, zei ik.
Hij deed latjetrap met zijn vriendje. Toen ik wegliep keek ik om en hij trapte loepzuiver een balletje op de dwarsligger. Hij zag me kijken en stak een duimpje op.