Het Openbaar Ministerie (OM) eist acht jaar cel tegen de eerste IS-vrouw die door een Nederlandse delegatie werd teruggehaald uit Syrië. De Goudse vrouw werd in juni 2021 opgehaald uit een Koerdisch gevangeniskamp. Het OM beschuldigt de vrouw van deelname aan twee terroristische organisaties, IS en Jabhat Al Nusra.
"Voor beide organisaties waren mensonterende misdrijven als onthoofdingen doodnormaal. Ze zijn verantwoordelijk voor dood en verderf in Syrië en Irak", aldus de officier van justitie.
De vrouw uit Gouda vertrok in 2013 met haar man naar Syrië om zich aan te sluiten bij IS. Daarbij ondersteunde ze niet alleen haar man als IS-strijder, maar maakte ze zelf ook deel uit van een vrouwenbataljon in de stad Raqqa. In het gevechtsbataljon Khatiba Nusaybah werden vrouwen getraind om te vechten en leerden ze met wapens om te gaan. De Nederlandse zou aan tientallen vrouwen trainingen hebben gegeven.
Bovendien was het koppel aangesloten bij de gewapende rebellengroep Jabhat Al Nusra. Hiervoor verbleven de twee op verschillende plekken in Syrië. Het stel had vuurwapens en de vrouw maakte via sociale media enthousiast propaganda voor het leven bij IS, aldus het OM.
De twee werden in augustus 2017 gevangengenomen bij de val van Raqqa, waarna de vrouw werd opgesloten in het kamp, waar Nederland haar in 2021 met haar drie kinderen ophaalde. Haar man is in Irak ter dood veroordeeld voor het gebruik van chemische wapens. Hij is in afwachting van de uitvoering van dit vonnis.
De rechtbank in Rotterdam doet op 1 juni uitspraak in de zaak van de vrouw.