De Huisartsenpost Midden-Holland in Gouda moet opnieuw in gesprek met een waarnemend huisarts die op non-actief is gesteld na klachten over seksueel getinte opmerkingen. Dat heeft de rechter in Den Haag bepaald in een kort geding.
Klachten en op non-actief
De huisarts, die sinds 2023 als waarnemer werkte bij de huisartsenpost bij het Groene Hart Ziekenhuis, kwam begin 2025 voor het eerst in beeld na meldingen van ongepast gedrag. In 2026 volgden nieuwe klachten.
Volgens de huisartsenpost ging het om meerdere meldingen van medewerkers en ook een patiënt, waarbij sprake zou zijn van seksueel getinte opmerkingen en een onveilige werksfeer. De huisartsenpost zegt tien meldingen van seksueel getinte opmerkingen en onveilige communicatie te hebben ontvangen. Die meldingen komen van werknemers van het ziekenhuis en zelfs een patiënt. Een opmerking zou zijn geweest: ‘Zit je niet lekker in je vel? Dan moet er maar een vent overheen’.
Dit is onacceptabel in een veilige werkomgeving, vindt de HAP. Daarop werd de arts begin maart per direct uit het rooster gehaald en later officieel op non-actief gesteld. De huisartsenpost gaf aan het contract te willen beëindigen.
Huisarts betwist beschuldigingen
De waarnemer is het niet eens met de gang van zaken en stapte naar de rechter. Hij stelt dat hij geen eerlijke kans heeft gekregen om zich te verweren en ontkent dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag. Volgens hem zijn uitspraken uit hun context gehaald.
Kritiek van de rechter
De rechter oordeelde dat de huisartsenpost onzorgvuldig heeft gehandeld. Volgens de rechtbank is er onvoldoende vastgelegd en onderbouwd wat er precies is gebeurd en hoe het proces is verlopen.
Ook werd de arts volgens de rechter te abrupt op non-actief gesteld na een periode waarin er lange tijd geen actie was ondernomen. “U heeft een heel slecht dossier opgebouwd”, kreeg de huisartsenpost te horen.
Wel zorgen, maar ook tweede kans
Tegelijkertijd erkende de rechter dat de situatie zorgelijk is, gezien het aantal meldingen uit verschillende hoeken. Toch vindt de rechtbank dat de huisarts een tweede kans moet krijgen.
De partijen krijgen zes weken de tijd om, onder meer met betrokkenheid van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, te onderzoeken of en hoe een werkbare oplossing mogelijk is.
Nog geen terugkeer
De uitspraak betekent niet dat de huisarts direct weer aan het werk kan. Eerst moet duidelijk worden of er afspraken gemaakt kunnen worden over gedrag, samenwerking en een veilige werkomgeving.
Als partijen er niet uitkomen, volgt alsnog een definitieve uitspraak van de rechter.