Politieke partijen zijn bezig met hun verkiezingsprogramma’s of hebben al een concept gepubliceerd. Partijstrategen denken na over speerpunten waarmee lijsttrekkers zich kunnen profileren. In de media draait het vooralsnog vooral om peilingen en poppetjes. Hopelijk gaat het straks in de debatten meer over de inhoud. Want waar staan de partijen echt voor?
Het is interessant om te kijken wat partijen in hun programma’s vermelden over sport en verenigingsleven. Want weten we nog hoe belangrijk bewegen, sporten en verenigingsleven waren tijdens de pandemie? Journalisten stonden om de haverklap op een sportcomplex om dat te benadrukken. Wat vergeten we toch snel! Politici hebben het er nauwelijks meer over, Haagse journalisten stellen er geen vragen over.
Het belang van sport en verenigingsleven worden in de meeste (concept)programma’s genoemd. Veelal in korte alinea’s achterin de programma’s. Bewegingsonderwijs is belangrijk, zwemlessen moeten blijven en sport moet toegankelijk zijn voor iedereen. Een aantal partijen heeft een volle pagina waarin het belang van (top)sport en verenigingsleven wordt benadrukt als basis voor een gezonde gemeenschap.
Toch blijft het karig voor wat vaak de belangrijkste bijzaak wordt genoemd. Waarom? Omdat we ons in de weekeinden met miljoenen naar sportcomplexen en naar stadions begeven. Omdat we met nog meer miljoenen kijken naar sportevenementen en juichen om Nederlandse toppers. Maar de basis ligt altijd bij de plaatselijke sportclubs en daar mag best wat meer aandacht voor zijn.
Een sportcomplex is de plek waar miljoenen Nederlanders bewegen, waar het sociale leven van een gemeenschap zich afspeelt. Ik hoop zo dat politici de komende weken ook sportcomplexen bezoeken en zich laten informeren over zaken waar verenigingen tegenaan lopen. Over verstikkende wet- en regelgeving, over hun moeilijke financiële situatie, over het steeds teruglopend aantal bestuurders en vrijwilligers.
Ik ben geen partijstrateeg, maar wat zouden ze kunnen scoren.
Gert Visser